Tiel, 24 februari 2026
De voorgenomen verplaatsing van de Tielse coffeeshops naar de Rivierenlandlaan roept steeds meer vragen op in de gemeenteraad. De fracties van CDA Tiel, D66 en LLT hebben het college van B&W een uitgebreide set schriftelijke vragen (artikel 41) gesteld over de bestuurlijke en juridische onderbouwing van het plan.
Aanleiding zijn stukken die via een Woo-verzoek boven tafel kwamen. Volgens de fracties ontbreekt het aan essentiële besluitvorming en transparantie. Volgens de desbetreffende stukken zou er tot op heden geen formeel aanwijzingsbesluit zijn genomen waarin de Rivierenlandlaan planologisch is aangewezen als vestigingslocatie, terwijl al wel een samenwerkingsovereenkomst (SOK) met de betrokken ondernemers is gesloten.
Geen aanwijzingsbesluit, wel afspraken
De lokale fracties van CDA, D66 en LLT vragen zich af hoe het mogelijk is dat er afspraken zijn gemaakt over grondverkoop, kostenverdeling en inspanningsverplichtingen, terwijl de raad nog geen expliciet besluit heeft genomen over de locatiekeuze. “De raad moet haar kaderstellende en controlerende rol kunnen vervullen. Dat kan alleen als besluiten zorgvuldig en transparant worden voorbereid,” stelt fractievoorzitter Yvonne Son-Stolk van het CDA.
Ook wordt gewezen op het ontbreken van een volledige integrale advisering voor de beoogde locatie. Voor andere onderzochte locaties zouden wel uitgebreide adviezen zijn opgesteld over veiligheid, ruimtelijke ordening en verkeer. Voor de Rivierenlandlaan zou dat overzicht ontbreken.
Didam en schaarse rechten
Een belangrijk punt van zorg is de toepassing van het zogeheten Didam-arrest. Dat arrest verplicht overheden bij verkoop van grond gelijke kansen te bieden aan potentiële gegadigden. De vraag is of hier sprake is van één serieuze kandidaat of dat een open selectieprocedure noodzakelijk was geweest.
Daarnaast wijzen de fracties op het vraagstuk van ‘schaarse rechten’. Een gedoogbeschikking voor een coffeeshop kan juridisch als schaars recht worden aangemerkt. In dat geval moet ook daarvoor een transparante verdelingsprocedure worden ingericht. Volgens de fracties is niet duidelijk hoe het college dit heeft gewogen.
De beoogde locatie voor de wietboulevard waar de fracties van CDA, D66 en LLT vragen over hebben gesteld.
Oplopende kosten en verkeersaanpassingen
Ook financieel willen de partijen helderheid. In eerdere stukken werd gesproken over beperkte ambtelijke inzet, maar inmiddels zouden de projectkosten fors opgelopen kunnen zijn. Daarbij komt dat voor de nieuwe locatie mogelijk verkeersaanpassingen nodig zijn, zoals aanpassingen aan de ontsluiting en fietsvoorzieningen. De vraag is in hoeverre deze kosten voor rekening van de gemeente komen.
Verder vragen de fracties aandacht voor externe veiligheid in relatie tot een nabijgelegen LPG-installatie en de motivering van de verplaatsing zelf. Eerder werd immers aangegeven dat de feitelijke overlast rond de huidige locaties beperkt was.
Tijdelijke pas op de plaats
CDA, D66 en LLT willen dat het college bevestigt of er inderdaad geen formeel aanwijzingsbesluit ligt, of de integrale advisering onvolledig is en of de juridische basis rondom de schaarse rechten onzeker is. Ook vragen zij of het college bereid is het project tijdelijk stil te leggen totdat volledige informatie beschikbaar is en de raad expliciet in positie is gebracht.
Voor beide fracties staat één uitgangspunt voorop: zorgvuldigheid. Als gemeente moet je boven iedere twijfel verheven handelen. Juist bij gevoelige dossiers als deze moet het proces juridisch kloppen, financieel transparant zijn en bestuurlijk zuiver verlopen.
De beantwoording van de vragen wordt binnen enkele weken verwacht.